Javascript DHTML Drop Down Menu Powered by dhtml-menu-builder.com  

terug 

Vragen van de heer mr. J.A.M. Deckers en een eerder arrest van de NMA

Vragen aan het bestuur van de Raad van Beheer / de advocaat van Van Doorne inzake de Nederlandse Mededingingsautoriteit Nma

 

 

Inleiding

Onderstaand treft u een achttiental vragen aan die het bestuur van de Nederlandse Vereniging “De Duitse Staande Korthaar” alsmede de KC Sneek e.o. het bestuur van de Raad van Beheer en de advocaat over het voorlopige oordeel van de Nma willen voorleggen. Uit de toonzetting zal hier en daar onze boosheid wel blijken over de kortzichtigheid, de bangmakerij en vooral de ondoordachtheid op de verdere gevolgen van het ingenomen standpunt door het bestuur van de Raad. Als wij daarin te scherp onze emoties hebben  geformuleerd (want dit onderwerp raakt ons tot op het bot) dan bij voorbaat onze excuses daarvoor.

 

In een controversiële kwestie als deze ware het voor de continuïteit van bestuur verstandig geweest om de vraag neutraal aan de ALV voor te leggen. Het bestuur heeft dit om – voor ons onbegrijpelijke redenen – niet gedaan en een duidelijk standpunt ingenomen, dat die tweede, derde en vierde vereniging per ras er wat het bestuur betreft maar gewoon moet komen. Dit zo zijnde kan een afwijzing van het voorstel van het bestuur niet zonder bestuurlijke gevolgen blijven en wij gaan er vanuit dat het bestuur het fatsoen zal tonen om die gevolgen ook aan het besluit van de ALV te verbinden.

 

Wij hebben zoals gezegd een achttiental vragen geformuleerd voor het bestuur en/of de advocaat en met het indienen daarvan tot het laatste moment gewacht, omdat wij de hoop hadden dat het bestuur het respect voor de leden/verenigingen zou opbrengen om de door ons gevraagde memoranda van de advocaat aan de leden toe te zenden. Tot onze grote spijt heeft het bestuur gemeend dit niet te moeten doen en dat getuigt bepaald niet van transparantie en openheid. Hierbij zij vooraf verder vermeld dat ons bestuurslid kynologische zaken (NVDSK) c.q. onze voorzitter (KC Sneek e.o.) acht jaar lang deel uit heeft gemaakt van (het bestuur van) de Raad van Beheer en uit dien hoofde op de hoogte is van hetgeen er in het verleden gespeeld heeft. Hij heeft geen stukken van de Raad zelf (die zijn destijds overgedragen bij zijn vertrek als secretaris van het bestuur van de Raad) maar vond op zijn computer nog wel zijn eigen brieven en adviezen waaruit hieronder geciteerd wordt.

 

 

  1. Van het bestuur en/of de advocaat zien wij graag opgehelderd het verloop en de uitkomst van de zaken 1310, 2053, 2298 en 3073 bij de Nma waarbij de Raad van Beheer betrokken c.q. partij was. Heeft het bestuur / de advocaat überhaupt kennis genomen van deze eerdere zaken en zo ja daar iets van geleerd? Zaak 2053 had betrekking op een klacht van de Vrienden van de Witter Herders waarbij het uitgangspunt “een vereniging per ras” uitvoerig – met geen andere argumenten dat die nu naar voren zijn gebracht - aan de Nma werd voortgelegd. Deze klacht speelde in het jaar 2000.

Toelichting

In de zaak 1310 en 3053 ging het om de identificatie en registratie van rashonden. De Nma oordeelde destijds dat identificatie met behulp van het chippen mocht worden beschouwd als een economische activiteit in de zin van de Mededingingswet, maar dat dit bij stamboekregistratie niet het geval was, hetgeen werd bevestigd in het besluit van de Nma van 26 februari 2002 in zaak 2298. Al eerder, in het jaar 2000 werd de Raad van Beheer geconfronteerd met een bij de Nederlandse Mededings Autoriteit Nma ingediende klacht van een niet bij de Raad aangesloten rasvereniging (Vrienden van de Witte Herders), waarbij het beginsel één vereniging per ras, zoals neergelegd in de reglementering van de Raad – net als nu – tot op het bot werd aangevochten. Merkwaardig is dat deze zaak (waaraan door de Nma het zaaknummer 2053 werd toegekend) wel in procedure is genomen (de Raad beantwoordde in 2000 een dertiental door de Nma in het kader van deze procedure gestelde vragen) maar nimmer tot de desastreuze gevolgen heeft geleid, die het bestuur ons nu voorhoudt. Immers, heeft de klacht geleid tot een uitspraak in het nadeel van de Raad? Zijn er boetes opgelegd als gevolg waarvan Raad en/of rasverenigingen op een faillissement aan stevenden? Ik dacht het niet! Waarom dan de stelselmatig door het bestuur uitgedragen “bangmakerij”, zoals door bestuurslid John Wauben vorige week in de rasgroep staande honden spaniels en retrievers werd geïllustreerd:  Vraag: Wat gebeurt er als de ALV ‘nee’ stemt? John Wauben: De Raad van Beheer krijgt dan een grote boete en het geld daarvoor is er niet.

 

2. Op basis van welke feiten concludeert het bestuur dat de Raad een vereniging van ondernemersverenigingen is?

Toelichting

Deze kwestie valt of staat met de beantwoording van de vraag of de rasvereniging dan wel de regionale vereniging aangeduid kan worden als ondernemingsvereniging; verenigingen van ondernemers. Zo ja, dan is de mededingingswetgeving in beginsel van toepassing, zo neen dan heeft de Nma in onze richting geen enkele jurisdictie. Destijds (in 2000) adviseerde hetzelfde advocatenkantoor (Van Doorne) het bestuur van de Raad als kennelijk nu het geval schijnt te zijn. Ondanks de met de mond beleden openheid en transparantie heeft het bestuur van de Raad tot op heden geweigerd dit advies aan de leden toe te zenden. In 2000 was dit advies op zijn minst op dit punt zeer twijfelachtig. Ik citeer uit mijn reactie aan het bestuur van de Raad van Beheer op dat advies in 2000:

 

  1. Ik kom dan op een zeer essentieel punt waarbij ik van mening verschil met het aangehaalde memo van Trenité van Doorne. Daarin wordt m.i. wat al te snel geconcludeerd dat de Raad van Beheer een vereniging van ondernemingen is, omdat er fokkers lid zijn van ras- en regionale verenigingen. Er worden dan vervolgens twee zaken door elkaar gehaald:

 

  1. Natuurlijk is de Raad een onderneming als het gaat om de bedrijfsmatige activiteiten die worden ontplooid (stambomen, kennelnamen e.d.) en leveringen die plaatsvinden op grond van de juist voor dat doel opgestelde “algemene voorwaarden”. Op dat deel c.q. die activiteiten van de Raad is de Mededingingswet onverkort van toepassing.  
  2. Maar de Raad is ook een “vereniging van verenigingen”. En in die rol zie ik de Raad bepaald niet als (vereniging van) ondernemer(s)! Ondanks het feit dat er fokkers lid kunnen zijn van rasverenigingen gaat het hier om liefhebbersverenigingen, die mijns inziens als zodanig geen economische activiteiten uitoefenen in de zin van de Mededingingswet. Bij regionale verenigingen zie ik veel eerder dat aangenomen moet worden, dat dit “ondernemingen”zijn. Zij “verkopen” immers gehoorzaamheidscursussen en oefenen daarmee economische activiteiten uit (ook als er geen winst wordt gemaakt). Gelukkig is juist bij dit soort cursussen de concurrentie bijzonder groot (er zijn meer hondenscholen aangesloten bij de Federatie dan er KC’s lid zijn van de Raad!) zodat hier weliswaar sprake kan zijn van ondernemingen, maar zeker niet van een economische machtspositie (en als die er niet is, komen aan het eventuele misbruik sowieso niet toe).

 

Ik kan mij herinneren dat toen ook al “te kort door de bocht” door de advocaat van Van Doorne werd gesteld, dat fokkers van honden ondernemingen zouden zijn en dat daardoor de aangesloten ras- en regionale verenigingen ondernemersverenigingen zouden zijn. De Raad van Beheer zou dan in die redenering als overkoepelende vereniging te beschouwen zijn als ondernemersvereniging. Dat in sommige het aantal leden van de rasvereniging, dat zich min of meer ' professioneel' met het fokken bezighoudt maar heel beperkt is zou daaraan volgens de advocaat (kennelijk toen en nu) niets aan af doen.

 

3. Heeft het bestuur / de advocaat de ver strekkende gevolgen van het ingenomen standpunt (Ja natuurlijk beste Nma, wij zijn een ondernemersvereniging) overzien en zo ja op welke wijze wordt gedacht daaraan iets te doen?  

Toelichting

Indien de rasvereniging zelfs door de koepel Raad van Beheer wordt beschouwd als ondernemersvereniging omdat de fokkers die lid zijn van de rasvereniging “onderneming” zouden zijn, dan lijkt het mij verstandig dat alle hobbymatige fokkers onmiddellijk hun lidmaatschap van die rasvereniging opzeggen. Zoals bekend is de regeling consumentenkoop van toepassing op de bedrijfsmatig handelende verkoper en de consument als koper. Die regeling moet je niet willen als fokker die eens af en toe een nestje fokt. Op het moment dat dat de Raad en de rasvereniging aangeduid worden als ondernemersvereniging omdat de van die vereniging lid zijnde fokkers ondernemer zouden zijn zie ik niet in waarom die ondernemers niet zouden kunnen c.q. moeten vallen onder de regels van de consumentenkoop.

 

  1. Is het bestuur van de Raad van Beheer van plan het lidmaatschap van de FCI te beëindigen, nu (zie citaat John Wauben) het bestuur vindt dat wij onder de mededelingenregels vallen en tot die conclusie is gekomen omdat de leden/fokkers van rasverenigingen “ondernemingen” zijn?  

 

 

Toelichting

De Breeding Rules van de FCI zijn zogenaamde “self executing rules” waarmee wordt bedoeld, dat deze direct gelden en eeni3eder daaraan rechten kan ontlenen in de landen waarvan de natuinale kennelclubs (geassocieerd) lid zijn van de FCI, tenzij over de onderwerpen die in de Breeding Rules geregeld zijn de nationale kennelclub scherpere regels hebben gesteld die in dat geval in dat land gelden. Deze Breeding Rules zijn klip en klaar over de vraag of de kynologie zich bezig moet houden met bedrijfsmatige rashondenfokkerij: NEEN dus want er staat: “Dog traders and commercial dog breeders are not permitted to undertake breeding in a member country or contract partner of the FCI .

Wij kunnen niet uit de stukken opmaken dat deze bepalingen (wellicht vanwege het feit dat het bestuur niet bekend was met dat reglement) ingebracht zijn in de procedure bij de Nma, zodat wij ook graag daarover opheldering zien.

 

5. Is het bekend bij het bestuur c.q. advocaat dat veel rasverenigingen zich – kennelijk in tegenstelling tot de Raad zelve – zich wèl houden aan de regels van de FCI en hondenhandelaren en beroepsmatige weren als lid van de verenging en zo ja is dit dan ingebracht in de procedure bij de Nma? 

Toelichting

Uit de statuten van een bij de Raad aangesloten (en dus lid van de Raad van Beheer zijnde) vereniging:

 

Artikel 2

De vereniging heeft ten doel:       

  1.  liefhebbers van Weimarse Staande Honden, dat wil zeggen niet-bedrijfsmatig handelende fokkers,   

    eigenaren en bezitters van Weimaraners alsmede zij die in het ras geïnteresseerd zijn nader tot    

    elkaar te brengen en door liefhebberij ingegeven fokkerij van dit ras te bevorderen. (…)

 

Deze statuten zijn goedgekeurd door het bestuur van de Raad van Beheer en dus bekend. Wat is daarmee gedaan richting Nma?

 

6. Is het niet zo, dat wanneer de fokkers ondernemer zijn (zoals de advocaat, het bestuur van de Raad en de Nma kennelijk aannemen) en daardoor de mededingingsregels op ons van toepassing zijn, tegelijkertijd geldt dat dit weer niet zo is omdat voor beroepsmatig handelende fokkers een andere koepel/brancheorganisatie bestaat (de vereniging van beroepsmatige kennelhouders)?

Toelichting

Het is linksom of rechtsom; of wij zijn ondernemersverenigingen en vallen onder de mededingingswetgeving, maar dan is er ook concurrentie in de vorm van de VBK waar al die andere verenigingen lid van kunnen worden, of wij zijn dat niet en rasverenigingen zijn verenigingen van liefhebbers van het betreffende ras die niet bedrijfsmatig maar hobbymatig zich daarmee bezig houden, reden waarom het ons vrij staat zonder inmenging van de mededingingswetgeving te bepalen wie en onder welke condities toe mag treden.

 

7. Is het niet zo dat de klacht tegen de Raad van Beheer m.b.t. het beginsel één vereniging per ras ondergraven wordt door het feit dat er alternatieve koepels zijn bij wie de onderhavige verenigingen onder dak kunnen?

Toelichting

In de wandelgangen heb ik vernomen dat het verschil tussen de klacht in 2000 van de Witte Herders en de klacht uit 2008 vooral gelegen is in het feit dat er nu veel meer verenigingen de klacht ondersteunen. Maar als dat zo is dan leidt dat m.i. tegelijk tot de vraag waarom de leden van de RFN die in deze vereniging hun koepel hebben zo graag lid van die andere koepel (de Raad van Beheer) willen worden? In 2002 was de indiener van de klacht bij de Nma voorzitter van de Rashondenfederatie Nederland en van de Nederlandse Vereniging van Fokkers van Rashonden. Kennelijk heeft de eerstgenoemde organisatie thans meer aanhangers en zelfs een aantal verenigingen als lid. De RFN propageerde destijds de uitgifte van eigen stambomen c.q. stambomen van een organisatie uit de V.S. die ook keurmeesters zou opleiden en onder wiens auspiciën hondenshows zouden kunnen worden georganiseerd.

 

8. Zijn de ras-, regionale en bijzondere verenigingen “erkende” verenigingen of aangesloten verenigingen bij en lid van de Vereniging Raad van Beheer?

Toelichting

Onder “feiten” wordt bij punt 5 van de voorlopige bevindingen van de Nma gesproken over “erkende verenigingen” en m.i. is die term achterhaald. In overweging 14 worden aan die “erkenning” relevante gevolgen verbonden zodat dit punt essentieel is. De verenigingen die aangesloten zijn bij de Raad zijn lid van de Vereniging Raad van Beheer en de rechtsverhouding tussen deze verenigingen en de Raad wordt beheerst door de statuten en het huishoudelijk reglement. Van een erkenningsregeling is dus geen sprake. Dit zo zijnde rijst de vraag of de voorlopige bevindingen van de Nma niet op gespannen voet staan met het in de Grondwet verankerde recht van vereniging en vergadering?

 

9. Op de vraag of rasverenigingen “ondernemingsverenigingen” zijn is hiervoor al ingegaan. Welke misinformatie heeft het bestuur van de Raad de Nma verstrekt teneinde de Nma in overweging 8 tot het oordeel te doen komen dat kennelijk alle leden van een rasvereniging bedrijfsmatig werkende fokkers zijn? Wij willen inzicht in de beantwoording van de vragen van de Nma door het bestuur van de Raad van Beheer en gaan er vanuit dat deze per omgaand aan de leden toegezonden worden.

 

10. In overweging 10 stelt de Nma dat sprake is van een relevante markt. Hoe verhoudt zich dat (voorlopige) standpunt met de eerder door de DG van de Nma (zelf na bezwaar) ingenomen standpunten dat de omzet die de Raad behaalt met stamboomregistratie en het verstrekken van microchips, voldoende economische importantie ontbreekt.

 

11. Graag zien wij opheldering over het volgende. In overweging 12 en 13 wordt – kennelijk op grond van door de Raad zelf verstrekte informatie -gesteld dat in 2006 en 2007 respectievelijk 45.811 en 45.818 rashonden zouden zijn gefokt in Nederland en dat de leden van de rasverenigingen daarin een marktaandeel van 84% zouden hebben.

Toelichting

Deze cijfers komen ons om twee redenen volstrekt onjuist voor:

1.         er worden beduidend meer (ras)honden gefokt dat de rashonden die in het NHSB worden ingeschreven;

2.         de hoeveelheid rashonden die in het NHSB worden geregistreerd en die gefokt worden buiten de rasvereniging om was in de afgelopen 10 jaar altijd méér dan 50% (en dus zeker niet slechts 16%, welk percentage volstrekt ongeloofwaardig is). Ter illustratie uit een schrijven van de Raad in 2000:

“Van alle in Nederland gefokte honden (en dat zijn er per jaar toch in elk geval zo’n 120.000 of meer) wordt slechts een 50.000 tot 60.000 in het Nederlands Hondenstamboek ingeschreven. Er worden met andere worden meer honden gefokt en verkocht zonder registratie dan met een registratie van de Raad. Dat geldt evenzeer voor de rasverenigingen: doorgaans wordt meer dan 2/3 deel van de rashonden die wel ingeschreven worden in het NHSB “buiten de vereniging om” gefokt.”  

 

12. Om welke reden is in overweging 16 de Nma voorbij gegaan aan het feit dat binnen het verenigingsrecht, zoals verankerd in het Burgerlijk Wetboek, tegen de weigering om als lid te worden toegelaten beroep open staat op de ledenvergadering dan wel bij een beroeps- of geschillencommissie? Heeft het bestuur van de Raad de Nma op dit punt adequaat geïnformeerd?

 

13. Kan de het bestuur van de Raad aangeven waarom het nodig is gevonden om de leden/rasverenigingen op grove wijze te schofferen door in de richting van de Nma te stellen dat het deel uitmaken van de georganiseerde kynologie (lid van de bij de Raad aangesloten rasvereniging) “geen waarborg is voor het kennisniveau en de kwaliteit van het fokbeleid van de leden (voor zover die leden fokker zijn!)? 

Toelichting

Het is bestuur van de Raad zelf die de Nma doet concluderen dat het beginsel één vereniging per ras overboord moet worden gezet, omdat kennelijk er geen kwaliteitseisen voor de (leden/fokkers van de) bij de Raad aangesloten rasverenigingen gelden. Hoezo dan het basis en rasspecifiek fokreglement?

 

14. Uit welke hoge hoed is het volstrekt onbegrijpelijke argument gekomen dat het beginsel één vereniging per ras noodzakelijk zou zijn voor het bijhouden van het NHSB zoals verwoord in overweging 18?

Toelichting

Dààr heeft dit toch helemaal niets mee te maken! Het gaat om gezondheid en welzijn van onze hondenrassen waarbij versnippering bij een aantal numeriek kleine rassen hoogst ongewenst kan zijn.

 

15. Kan toegelicht worden welke tegenargumenten de Raad heeft ingebracht m.b.t. overweging 19 waarin – m.i. volstrekt niet onderbouwd – wordt gesteld dat leden/fokkers van de rasvereniging hun pups tegen hogere bedragen kunnen verkopen dan niet leden?

Toelichting

Er zijn eerder voorbeelden van het tegendeel, waarbij de leden/fokkers zich (moeten) houden aan de door de vereniging bepaalde /geadviseerde verkoopprijs en niet leden/fokkers geheel vrij zijn om voor hun pups op marktplaats.nl de meest idiote bedragen te vragen.

 

16. Is de volgorde in de besluitvorming niet onlogisch en verkeerd?

Toelichting

Ons wordt gevraagd om eerst te besluiten of meer verenigingen per ras en per regio (want het kan niet anders dan dat dit natuurlijk ook voor de regionale verenigingen zal gaan gelden) toegelaten mogen worden en daarna pas te gaan nadenken (of nog erger het bestuur carte blanche geven om dat te doen) over de voorwaarden waaronder die nieuwe verenigingen zouden kunnen toetreden. Als het al niet Andes kan dan graag eerst een brede discussie over de voorwaarden waaronder en dan pas het besluit nemen over het toelaten van meer verenigingen per ras/regio.

 

17. Heeft het bestuur c.q. de advocaat zich in voldoende mate op de hoogte gesteld van uitspraken van de Nma in soortgelijke kwesties, waarbij vooral wordt gedoeld op de KNVB?

Toelichting

Zoals binnen onze georganiseerde kynologie een beperking geldt voor wat betreft het aantal rasverenigingen (een per ras) kent de KNVB als het bijvoorbeeld gaat om het aantal BVO’s (betaald voetbal organisaties, zonder twijfel ondernemingen, hetgeen natuurlijk niet zonder meer voor de amateurverenigingen geldt) óók een stringente beperking. Er kan er pas één bij als er één weg valt, want het maximum aantal staat vast. Ik zie niet goed in waarom dat bij ons anders is. Als een aangesloten vereniging er een potje van maakt en niet meer aan de verplichtingen die de leden/verenigingen van de Raad hebben voldoet dan moet dat lidmaatschap beëindigd kunnen worden zodat plaats vrij gemaakt wordt voor een nieuwe vereniging. Dat is recentelijk ook gebeurd met een regionale vereniging in Noord Brabant. Precies zoals dat bij de KNVB gebeurt. Wageningen had tot een aantal jaren geleden een BVO en is nu terug gekeerd naar de amateurs. AGOVV daarentegen was een amateurvereniging en speelt nu als BVO in de eerste divisie. 

 

18. Is het bestuur c.q. de advocaat bekend met zaak 3941 (AGOVV / KNVB) waarbij de Nma de klacht van AGOVV m.b.t. de hoogte van het entreegeld dat de KNVB eist en het sportieve criterium dat de KNVB stelt voor het verkrijgen van een licentie voor het spelen van betaald voetbal ongegrond verklaarde? Zo ja, welke lessen worden daaruit geleerd als het gaat om de eisen voor toetreding van een tweede of derde vereniging per ras? (Voor de goede orde, om toe te mogen treden moest AGOVV ruim 1,3 miljoen euro storten).

 

Tot slot

De Nederlandse Vereniging “De Duitse Staande Korthaar” en de KC Sneek e.o. zijn best wel boos over de houding en het gedrag van het bestuur van de Raad in deze kwestie. Wij zijn echt niet tegen een discussie over de vraag of er ruimte moet zijn voor een tweede of derde vereniging per ras. Ook in Engeland (en in Duitsland) functioneert dat (al horen wij ook veel negatieve geluiden over de versnippering daarbij). En als KC werken wij heel goed samen met andere organisaties, zoals een jachthondenschool in ons werkgebied.

 

Maar wat onzes inziens niet kan, is dat die discussie met het mes op de keel gevoerd moet worden doordat de Nma zich op oneigenlijke gronden met deze kwestie bemoeit en wat zeker heel onverstandig is, is dat het bestuur daarin een standpunt heeft ingenomen, dat niet zonder gevolgen kan blijven, als het met zo veel verve, bangmakerij en dreigementen verdedigde voorstel om maar meer verenigingen per ras toe te laten het niet haalt in de ALV.

 

Namens het bestuur van de NVDSK/KC Sneek e.o.,

1

 

Mr. J.A.M. Deckers MDR,

bestuurslid kynologische zaken NVDSK,

voorzitter KC Sneek e.o.

 

Bijlage: Het arrest van de NMA

 

 

 

 
Free counter and web stats